Nieuws & agenda

Welkom bij Ondernemenderwijs!

Instellingen voor beroepsonderwijs en bedrijven moeten meer, beter, intensiever samenwerken. En hoewel er prachtige voorbeelden zijn, blijkt het in de praktijk soms niet zo eenvoudig om die twee werelden duurzaam te verbinden.

Ondernemenderwijs helpt beroepsonderwijs en beroepenveld 
hun onderlinge samenwerking duurzaam te professionaliseren 
met advies, onderzoek, opleiding, training & coaching


En met verhalen, visies, ervaringen en ontdekkingen van partners, associates en klanten van Ondernemenderwijs:

Externe oriëntatie hefboom voor kwaliteit beroepsonderwijs

Martin Wiersma

In Kwaliteit in het Hoger Onderwijs | Evenwicht in ruimte, regels en rekenschap 
(augustus 2015) doet de Onderwijsraad aanbevelingen om onderwijskwaliteit te versterken en borgen. Eén van de aanbevelingen is het versterken van de externe oriëntatie.

Lees meer...

Opleidingen met een sterke kwaliteitscultuur kennen een grote externe gerichtheid. Omgevingsbesef is een motor voor verbetering. De blik van buiten maakt betrokkenen bij een opleiding alert op ontwikkelingen binnen de discipline, in de maatschappij en in het bijzonder in de afnemende beroepspraktijk. Externe ontwikkelingen, inbreng vanuit (praktijkgericht of fundamenteel) onderzoek en ontwikkelingen in het vakgebied fungeren als aanjagers voor dynamiek in het onderwijs.

Hoe zorgt u voor die externe oriëntatie in uw organisatie?

In de masterclasses van Ondernemenderwijs laten we zien langs welke wegen dit gerealiseerd kan worden. Daarbij is het niet altijd nodig veel nieuws te gaan doen, maar gaat het vooral om het uitbouwen en meer doelgericht maken van de huidige interactie.

Belangstelling? Schrijf in voor onze volgende masterclass Strategisch Relatiemanagement.

Een masterclass voor uw team specifiek over externe oriëntatie en kwaliteit? Neem contact op met Ondernemenderwijs.

Toon minder...

Samenwerken met bedrijfsleven daagt onderwijs uit

Erica Aalsma

'Ruim baan voor vakmanschap' noemt Minister Bussemaker haar brief aan de Tweede Kamer van 2 juni j.l., waarin ze pleit voor een toekomstgericht mbo. Zoals altijd wanneer de Minister van zich laat horen en in het bijzonder wanneer het over het mbo gaat, leidde de brief weer tot veel reuring in onderwijsland en in de pers. Al snel wordt de conclusie getrokken dat het mbo 'weer op de schop moet', terwijl de Minister daar mijns inziens niet voor pleit. Ze beschrijft een aantal maatregelen die het beroepsonderwijs innovatiever, kleinschaliger en regionaler moeten maken; de meeste van deze ideeën zijn in de roc's allang bekend en in voorbereiding (zoals de kortere opleidingen en de herziene kwalificatiestructuur).

Lees meer...

Aan de werkelijke boodschap die de Minister probeert uit te zenden, worden echter nog niet zoveel woorden gewijd: zij zet de deuren open om ruimte te creëren 'voor het onderwijs om in samenwerking met al zijn partners de handschoen op te pakken' en het beroepsonderwijs te moderniseren. Dat wil zeggen: aansluiten bij de arbeidsmarkt, zodat 'het mbo-onderwijs ook in de toekomst zijn belangrijke opdracht voor de samenleving en economie kan vervullen'. De ruimte die nu geboden wordt, wordt onder andere zichtbaar in de mogelijkheid om bol- en bbl-opleidingen te mogen stapelen, zoals in de TechniekFabriek van NedTrain met succes gebeurt en om subsidie aan te vragen waarmee een samenwerking tussen school en bedrijfsleven ondersteund kan worden (regionaal investeringsfonds van 100 miljoen).

De samenwerking met het bedrijfsleven is de grootste uitdaging voor het beroepsonderwijs van vandaag de dag. De schaalgrootte van roc's die in de afgelopen jaren onaangename proporties heeft aangenomen, maakt de slagkracht en wendbaarheid van het onderwijs niet beter. Ik hoor nogal eens zeggen dat het onderwijs 'natuurlijk' achter de actualiteit aanloopt. Als deze opmerking betrekking heeft op het beroepsonderwijs, ben ik daar iedere keer weer door geschokt; we hebben blijkbaar al als een gegeven aangenomen dat je als onderwijs geen poging meer doet om 'leading' te worden, om je in de voorhoede van de beroepsontwikkeling te begeven. En ja, dat kan ook niet als je jezelf zo groot maakt dat er geen zicht meer is op wat er werkelijk op de werkvloer van je partners plaatsvindt. Natuurlijk hebben de talloze beleidsmaatregelen van de overheid in de afgelopen jaren bijgedragen aan deze afstand tussen het beroepsonderwijs en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De Commissie-Kaljouw (Commissie Innovatie Zorgberoepen en Opleidingen) moest helaas in 2013 concluderen dat 'docenten met de kennis van gisteren leerlingen van vandaag moeten voorbereiden op de arbeidsmarkt van morgen'.

We lossen de fundamentele waterscheiding die ontstaan is tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven niet op door enkele beleidsmaatregelen: we zullen aan de slag moeten met een stevige cultuurverandering, die naar mijn idee plaats moet vinden in de omgevingen waar het leren zou moeten plaatsvinden: op de werkvloer en in de onderwijspraktijk.

De ontwikkeling van hybride leeromgevingen past heel goed in dit perspectief.

Het middelbaar beroepsonderwijs heeft in de basis een intrinsiek hybride karakter: het heeft de opdracht schoolse leerprocessen te verbinden met leerprocessen die plaatsvinden in de beroepspraktijk. In de dagelijkse onderwijspraktijk blijkt het leggen van die verbindingen een complex vraagstuk. Het mbo bereidt studenten voor op de toekomstige beroepspraktijk door een veelal gefragmenteerd aanbod van theorie en praktijk. Een aanbod dat zich afspeelt binnen de schoolmuren en in wisselende praktijksituaties, van praktijkruimtes tot stages en leerbanen in bedrijven of instellingswezen. In de nu gangbare mix blijkt het lastig om te komen tot consistente, integrale leeromgevingen. In het concept van 'hybride leeromgevingen' wordt gezocht naar het verweven van de sterke kanten leren in praktijksituaties met de sterke kanten van meer schools leren.

In zijn oratie ter aanvaarding van het ambt van hoogleraar Onderwijsarbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg op 6 juni j.l. refereerde prof. dr. Marc van der Meer aan het belang van de ontwikkeling van hybride leeromgevingen: "Voor de toekomst van het beroepsonderwijs is de kunst de combinatie van theoretische en ervaringskennis, vaardigheden en houdingen productief te maken en in onderwijsprogramma's te vertalen."

Mijn ervaring van de afgelopen jaren met het ontwikkelen van beroepsgerichte –hybride- leeromgevingen is dat dit allemaal wel evident lijkt te zijn als je het leest, maar juist in de praktijk weerbarstig is. De oude, archetypische opvattingen over leren spelen zowel de medewerkers in het bedrijfsleven (waar nog steeds heel veel mensen naar een training buiten de werkplek gestuurd worden) als de opleiders in het onderwijs (die vastgeroest lijken te zitten in een urenrooster, methodes, klaslokalen) parten. En ook de buitenwereld beoordeelt het mbo naar de maatstaven van begrippen die als vanzelfsprekend bij onderwijs horen.

Een mooi voorbeeld hiervan is het artikel dat in de Volkskrant stond naar aanleiding van de brief van Bussemaker (2 juni 2014). De journalist refereert aan de TechniekFabriek als goed voorbeeld van een gecombineerde leerweg en schrijft: 'In het eerste deel krijgen de studenten vooral les op school, in het tweede deel gaan ze aan de slag in het bedrijf'. De Minister schrijft in haar brief echter iets anders, dat beter genuanceerd is en dichter in de buurt komt van de werkelijkheid: "In het eerste schooljaar wordt in dagonderwijs gewerkt aan veiligheidsaspecten en reële praktijksituaties waardoor studenten in het tweede schooljaar goed voorbereid zijn voor werkzaamheden bij NedTrain." In de werkelijkheid krijgen de studenten van de TechniekFabriek geen les op school, maar werken en leren zij op een locatie van NedTrain iedere dag aan het ontwikkelen van treinkennis in het brede perspectief van de opleiding Mechatronica. De docenten van het ROC komen naar de locatie van de beroepspraktijk toe en werken daar nauw samen met de praktijkopleiders van NedTrain.

Het gedachtegoed van de hybride leeromgevingen sluit aan bij de uitdaging die de Minister biedt aan het onderwijs om meer te gaan samenwerken met het bedrijfsleven. Enkele goede voorbeelden, de Middelbare Horeca School in den Bosch die een bedrijf in de school realiseerde en de TechniekFabriek van NedTrain waar de 'school' in het bedrijf geplaatst is, helpen om het gedachtegoed te verbeelden en te laten zien dat het mogelijk is om de aansluiting op het niveau van onderwijs en werkplek te organiseren. De ontwikkeling van de Centra voor Innovatief vakmanschap en de Centres of Expertise die vanuit de topsectoren zijn opgezet, geven veel ruimte om meer hybride leeromgevingen te ontwikkelen en de kennis en het gedachtegoed verder te verspreiden.

Mijn idee: spread the word en ga de uitdaging aan!

Erica Aalsma is zelfstandig actief voor De Leermeesters, partner van de Hybride Alliantie i.o. en als trainer verbonden aan Ondernemenderwijs

erica.aalsma@deleermeesters.nl

Toon minder...

De 7 redenen voor strategisch relatiemanagement in het beroepsonderwijs

Robert Tjoe Nij

If you fail to plan, you plan to fail! Dit is ook bijzonder op zijn plaats als pleidooi om in het beroepsonderwijs structurele aandacht te geven aan 'Strategisch Relatiemanagement'. Bell en Lemmens onderstrepen dit belang in hun artikel 'Alliantievaardigheden als kerncompetentie' (Boonstra (red), 2007) waarin zij betogen dat organisaties die structureel invulling geven aan alliantiemanagement veel succesvoller zijn (en beter rendement hebben) dan organisaties die dat op ad-hoc basis doen. Ik zie zeven redenen voor beroepsonderwijsinstellingen om strategisch relatiemanagement professioneler op te pakken.

Lees meer...

In het onderwijs wordt er heel veel tijd en aandacht besteed aan het onderhouden van contacten met werkveld relaties voor verschillende doeleinden: stage, gastdocentschap, beroepenveld commissies, praktijkprojecten, beroepsoriëntatie, et cetera. Voor deze belangrijke operationele doeleinden worden verschillende structuren, processen en middelen ingericht.

Voor de strategische doeleinden van onderwijsinstellingen, bijvoorbeeld het opzetten van een brede bachelor of een Center of Expertise, is er vaak minder bewuste, gestructureerde en intensieve aandacht voor externe relaties. Of anders gezegd, het ontbreekt aan Strategisch Relatiemanagement.

In mijn visie zijn er 7 redenen voor onderwijsinstellingen om aan Strategisch Relatiemanagement te doen.

  1. De vele operationele contacten die onderwijsinstellingen hebben voor stage- en praktijkopdracht doeleinden zijn te vluchtig en te onbetrouwbaar om duurzaam strategische ambities waar te maken.
  2. Voor het welslagen van de uitvoering van convenanten die onderwijsinstellingen met bedrijfsleven en de sector maken, is strategisch relatiemanagement de succesfactor.
  3. Het voorkomt dat voor u belangrijke werkveld partners waarmee u nu mee samenwerkt onverwacht de samenwerking staakt en dat daardoor uw belangen geschaad worden.
  4. Het helpt de externe relaties die betrokken worden of zijn bij opleidingsoverstijgende (vaak multidisciplinaire) projecten beter te bedienen.
  5. Het faciliteert de interne samenwerking die nodig is om strategische ambities met het werkveld waar te maken.
  6. Het legitimeert uw relatiemanagers in de contacten naar buiten het operationele niveau te ontstijgen.
  7. Het borgt een planmatige en procesmatige benadering in het realiseren van uw strategische onderwijsdoelen.

Kortom, uw ambities zijn te belangrijk om uw (bestaande en toekomstige) strategische relaties daarvoor onvoldoende voor te benutten. U haalt het maximale uit uw externe partners als u in staat bent een strategische dialoog met ze aan te gaan, wederzijdse belangen structureel te managen tot win-win en in co-creatie gezamenlijke plannen weet te ontwikkelen en te realiseren. Dit vraagt wel visie, organiserend vermogen en vaardigheden van uw organisatie en betrokken relatiemanagers!

Toon minder...


AAA - van monodisciplinair naar revolutionair onderwijsconcept

Jacco Westerbeek

Mijn job als kwartiermaker en aanjager voor de Active Ageing Academy op de Hanzehogeschool Groningen zit er eind februari 2014 op. Wat eind 2012 startte als een vraag om een business plan voor een laboratorium voor onderzoekers en studenten voor de Academie voor Gezondheidsstudies, ontwikkelde zich tot een programma voor een volgens interne betrokkenen "revolutionair onderwijsconcept". Lees meer ... over hoe een monodisciplinair georganiseerde kennisleverancier praktijkvraagstukken nu multidisciplinair te lijf gaat.

Lees meer...

Gezondheidszorg en beroepen veranderen

De gezondheidszorg verandert. Samengevat is er een maatschappelijke behoefte aan effectievere bereikbare en betaalbare gezondheidszorg voor een steeds grotere (want vergrijzende) doelgroep. Er is met andere woorden behoefte aan andere zorgparadigma's en aan onderzoekende gezondheidsprofessionals die deze nieuwe paradigma's vorm en inhoud geven en binnen deze paradigma's effectief zijn. Een van die paradigmawijzigingen is dat monodisciplinaire (kwaalgerichte) zorg plaatsmaakt voor gezondheidszorg op basis van co-makership en zelfregie, aangestuurd door T- shaped professionals voor wie samenwerking met andere disciplines een vanzelfsprekendheid is en die passend gebruik weet te maken van nieuwe technologie. Voor meer achtergronden zie Rapport Voortrekkers in VeranderingZorg en opleidingen - partners in innovatie.

Strategische Agenda Hoger Onderwijs

Naast veranderingen in de gezondheidszorg stelt de overheid andere eisen aan het hoger onderwijs. De nota Kwaliteit in verscheidenheid van het ministerie van OC&W (juni 2011), stelt 'de driehoek onderwijs, onderzoek en ondernemerschap' centraal. OC&W schetst het volgende toekomstbeeld van het HBO in 2020: 'In de beroepsgerichtheid ligt de kracht van de hogescholen [...] HBO- afgestudeerden dragen bij aan het innovatievermogen van de beroepspraktijk. Zij kunnen bijvoorbeeld arbeids- of productieprocessen analyseren en optimaliseren. Om dit te kunnen, hebben zij onderzoeks- en ondernemerschapsvaardigheden nodig. Het onderwijs aan een hogeschool is daarom verweven met het praktijkgerichte onderzoek van de hogeschool, en er wordt intensief samengewerkt met het (regionale) bedrijfsleven en met universiteiten. Dit is wat het hoger onderwijs aan hogescholen tot hoger onderwijs maakt'.

Active Ageing Academy

Zowel de ontwikkelingen in de beroepspraktijk als in het onderwijsbeleid van de overheid nopen tot wijzigingen in het bestaande, monodisciplinair georganiseerde onderwijs. De drie Academies Sociale Studies, Verpleegkunde en Gezondheidsstudies hebben deze opdracht onder andere vertaald naar
gezamenlijke kenniswerkplaatsen, waarin studenten, docenten, onderzoekers en externe gezondheidsprofessionals interdisciplinair werken. De Active Ageing Academy is het samenwerkingsverband dat met deze kenniswerkplaatsen richting geeft aan en verbindingen legt
tussen gezondheidsonderwijs, -onderzoek en waar mogelijk -ondernemerschap.
De projecten in deze kenniswerkplaatsen staan als volgt in het teken van de T-shaped professional:

  • In de projecten werken studenten uit alle drie academies samen aan de oplossing van multidisciplinaire vraagstukken: zo wordt het multidisciplinaire samenwerken getraind.
  • De projecten draaien om multidisciplinaire onderzoeksvraagstukken in zorg en welzijn, en de studenten doen onderzoek samen met professionals, docenten en onderzoekers: zo wordt het onderzoekend en analytisch vermogen getraind.
  • Alle kenniswerkplaatsen gaan gebruik maken van het Hanze Active Ageing 
Lab, een nieuwe state of the art onderzoeksfaciliteit met hoogwaardige meetapparatuur: studenten gaan dus daadwerkelijk metingen uitvoeren en echte data interpreteren, wat weer goed is voor hun onderzoekend en analytisch vermogen.
  • Intensieve samenwerking met de beroepspraktijk, op basis van authentieke casuïstiek uit de beroepspraktijk: een leeromgeving waarin professionele vaardigheden sterk centraal staan.
  • In alle kenniswerkplaatsen is eHealth/technologie een component: daardoor leren studenten passend gebruik te maken van nieuwe technologie, en leren ze samen te werken met studenten c.q. professionals uit de ICT. 


Er is gekozen voor een start met vijf kenniswerkplaatsen:

  1. Actief leven met fysieke en verstandelijke beperkingen
  2. De kwetsbare oudere
  3. Leefstijl & preventie
  4. De nieuwe zorgprofessional
  5. Zelfmanagement & empowerment van cliënten

Effecten

Door studenten, docenten, onderzoekers en beroepsbeoefenaren in kenniswerkplaatsen onder de paraplu van de Active Ageing Academy te laten samenwerken ontstaat en groeit een passende samenwerkingsomgeving:

  • Meer dan ooit krijgt de HG de beschikking over een samenwerkingsinfrastructuur van waaruit nieuwe (kwalitatieve, betaalbare) kennis, producten en diensten ontwikkeld kunnen worden in de richting van de beroepspraktijk.
  • De HG geeft richting aan specialisatie en verdieping door focus aan te brengen op specifieke, relevante gezondheidsthema's, aansluitend op het onderzoeksprogramma van Kenniscentrum CaRES en het HG speerpunt Healthy Ageing.
  • Door de sterkere vervlechting van onderwijs en onderzoek (en de betere insteek op multidisciplinaire vraagstukken) in continuïteit meer impulsen tbv vernieuwing en verbetering van ons (bekostigde én onbekostigde) gezondheidsonderwijs.
  • Vergroting van de kwaliteit en efficiency van onderzoek door de (ook fysieke) bundeling van onderzoekkracht en -instrumentarium in een Hanze Active Ageing Lab.
  • Verbinding ons meer dan ooit met de samenleving om ons heen.
  • En wellicht nog wel het belangrijkst: het genereert samenwerkingsenergie.

Als kwartiermaker was ik verantwoordelijk voor het ontwikkelen van (draagvlak voor) deze nieuwe ideeën en begeleidde ik tot februari 2014 de realisatie ervan. De interne organisatie is nu klaar om de verdere implementatie en doorontwikkeling ter hand te nemen. Ik wens hen daarbij alle succes en inspiratie!

Voor vragen of opmerkingen, mail naar: jacco@ondernemenderwijs.nl.

Toon minder...

'Ik heb een majeure droom. Over minoren!'

Jos van Erp

In het aprilnummer van vakblad Expertise houdt Ondernemenderwijs gastdocent Jos van Erp een gloedvol pleidooi voor minoren als toegankelijke vorm voor leven lang leren. "Het gaat niet om diploma's. Het gaat over verworven kennis." Het co-creëren (en financieren!) van minoren lijkt een zinvolle investering, zowel ten behoeve van professionalisering van werkenden, als de arbeidsmarkt-relevante scholing van studenten.
Download hier het Expertise artikel I have a dream!

Lees meer...

Jos van Erp is momenteel programma manager bij Holland Hign Tech én gastdocent bij Ondernemenderwijs. 
Hij deed onder meer onderzoek naar de arbeidsmarkt voor hoger opgeleide technici en ondernemersimago's. Bij Stork ontwikkelde hij arbeidsmarktcommunicatie en was hij manager van een afdeling klantentraining in de rotatiezeefdruktechnologie. Daarna was hij tien jaar lid van het MT van HiTecs BV, een detacheerder in de techniek. Jos van Erp werkt sinds 2008 bij FME-CWM en is van daaruit actief in het topsectorenbeleid, onder meer als portefeuillehouder Human Capital voor topsector HTSM.

Toon minder...

Strategisch relatiemanagement: 'Zo eenvoudig en toch zo moeilijk'

Jacco Westerbeek

"Ik moet me veel meer focussen op de ambities en doelen van mijn werkveldpartners. En niet op ons eigen gedoe!" concludeerde een van de deelnemers na afloop. Een ander: "Het is de kunst om een doel te kiezen dat voor beide partijen nastrevenswaardig is. Anders gaat het niet werken. Het klinkt zo eenvoudig …"

Op 31 maart namen onderwijsprofessionals en hun werkveldrelaties in het Rotterdamse Novotel Brainpark deel aan de Ondernemenderwijs masterclass Strategisch relatiemanagement ...

Lees meer...

Deelnemers waren afkomstig van MBO en HBO instellingen. Op uitnodiging van Ondernemenderwijs had een aantal een van hun werkveldrelaties meegenomen om samen te leren over relatiemanagement.

Dat de masterclass aansluit op een behoefte werd al snel duidelijk. In een openingsgame waarin deelnemers geacht worden om een gezamenlijk doel na te streven, bleek niets menselijks de deelnemers vreemd: ze bleken vooral te gaan voor eigen gewin. En dat terwijl een win-win voor de hand ligt, als je er met een afstandje naar kijkt.

In de masterclass hebben we in interactieve vorm gewerkt aan doel en definitie van strategisch relatiemanagement, hebben we criteria geformuleerd met wie kennisinstellingen strategisch zouden moeten samenwerken, samenwerkingsrelaties op verschillende niveaus (connect, interact, engage, align) gepositioneerd, hebben we bestaande samenwerkingen beoordeeld op zeven succesfactoren, relatiemanagementprocessen doorgenomen en hebben we elke deelnemers in de gelegenheid gesteld om in intervisie de eigen casuïstiek in te brengen.

Deelnemers en hun werkveldrelaties geven bij het invullen van een evaluatie enkele dagen na de masterclass blijk van de toegevoegde waarde van deze masterclass. Een greep uit de citaten:

Hans Visser, VB Innovatiemanagement
"Professionele mix van praktijkvoorbeelden, theorie en eigen casuïstiek onder deskundige begeleiding."

Ed de Jonge, Hogeschool Utrecht
"De masterclass is een goed afgestemd geheel dat zeer effectief werkt."

Ans Boersma, accountmanager ACE bij Hogeschool Rotterdam
"Goede energie! Aanwezigheid van werkrelatie toegevoegde waarde. Nieuwe inzichten in toepassen van je eigen kwaliteiten voor Strategisch Relatiemanagement."

Raymond Kloppenburg, onderwijsvernieuwer Hogeschool Utrecht
"Leerzame dag met een aantal bruikbare inzichten voor onze innovatiepraktijk. Mogelijkheid om samenwerkingspartner uit te nodigen werkte uitstekend!"

Janice Smit, relatiemanager Deltion college
"Inspirerend en boeiend, veel eye-openers voor effectiever relatiemanagement, zowel met interne als met externe stake-holders."

Als gemiddeld eindcijfer geven de deelnemers aan deze masterclass een 8!

Ook deelnemen met uw werkveldrelatie? De volgende masterclass Strategisch relatiemanagement vindt plaats op maandag 23 juni 2014.

Schrijf hier in!

Toon minder...

De kracht van regionale samenwerking centraal op NHOC 2013

Martin Wiersma

In 2013 zagen we dat instellingen hun externe samenwerking uitbreiden en versterken. Men is op zoek naar partners voor in te richten expertisecentra of nieuwe opleidingen, maar ook naar verbanden die passen in het kader van 'Vreemde ogen'. Vanuit mijn eigen ervaring zie ik dat de instellingen met veel enthousiasme aan de slag gaan, maar dat kennis van en ervaring met effectief samenwerken nog dun gezaaid is.
De sprekers op het Nationaal Hoger Onderwijs Congres 2013  gaven een goed beeld van de kansen en uitdagingen.

Lees meer...

De kracht van regionale samenwerking werd treffend geïllustreerd door Paul van Maanen (voorzitter CvB Hogeschool Leiden) en Wim Boomkamp (voorzitter CvB Saxion Hogescholen). Met als voorbeelden respectievelijk het Center of Expertise Genomics in het BioScience Park in Leiden en de aanwezigheid van Saxion in het Kennispark Twente, lieten ze zien dat hogescholen een wezenlijke bijdrage aan de kenniseconomie kunnen leveren. Belangrijke succesfactoren zijn daarbij de nabijheid van de partners, het maken van goede afspraken en het nemen van voldoende tijd om de geboden kansen waar te maken.

Boomkamp gaf ook aan dat goede afspraken nodig zijn over verdeling van de opbrengst van bijvoorbeeld patenten, maar dat niet alle opbrengst die vorm heeft. Als bijvoorbeeld een verbeterde werkwijze in de zorg is ontwikkeld leidt dat niet tot een patent, maar kan de maatschappelijk opbrengst groot zijn.

Het perspectief van 'de andere kant', het bedrijfsleven, werd prikkelend verwoord door Ton Wilders (Directeur Business Services School Océ): "De slag van gerichtheid op producten naar gerichtheid op dienstverlening die momenteel gaande is, stelt nieuwe eisen aan het bedrijfsleven en daarmee ook aan de nieuwe medewerkers die uit het (hoger) onderwijs komen. In het huidige onderwijs komen deze nieuwe concepten nog nauwelijks aan de orde."

Zowel de ontwikkeling van 'services' als het onderwijs dat daarbij past, hebben daarom een plaats gekregen in een innovatieve samenwerking tussen het hoger onderwijs, overheid en bedrijfsleven. In de Document Services Valleytreffen we open onderwijs voor medewerkers aan, een Master in Business Services, onderzoek, miniondernemingen van studenten en een actieve incubator. Een uitdagende omgeving waarin creatie, verspreiding en valorisatie van kennis gerealiseerd wordt.

Is samenwerken lastig? Zeker! Maar met een goede voorbereiding wordt succes dichterbij gebracht. Hinja Bosman en Mirjam Bult-Spiering (KPMG) lieten zien welke stappen cruciaal zijn in het voortraject van publiek-private samenwerking. Een goed ontwerp van de samenwerking, waarbij facetten als inhoud, proces, financiën en risico's in kaart zijn gebracht, maakt een 'smart collaboration' mogelijk. Een vereiste is dan wel dat in de samenwerking personeel wordt ingezet met voldoende 'samenwerkingscompetenties'. Ziedaar nog een uitdaging voor de instellingen.

Bovenstaande tekst is gebaseerd op een artikel van Martin in Expertise 1/2014:
Het Nationaal Hoger Onderwijs Congres 2013: sturen op kwaliteit, professionaliteit en verbinding.

Toon minder...


Over samenwerking moet je niet praten, je moet het gewoon doen! Of ...

Ondernemenderwijs betoogt al jaren dat organisaties die succesvol willen samenwerken daarvoor een goede visie en strategie nodig hebben, hun processen en infrastructuur daarop moeten inrichten en hun personeel moeten toerusten met 'samenwerkingscompetenties'. Maar hoe belangrijk is dat nou, kan je niet gewoon beginnen en samen zien wat er van komt?

Lees meer...

In Ondernemen in Allianties en netwerken (J. Boonstra (red), 2007) is te lezen dat onderzoek aantoont dat het loont om je maximaal toe te rusten voor samenwerking. Wie streeft naar een 'best practice' realiseert veel meer van de gestelde doelen (7x) en heeft een beter financieel resultaat (4x) dan de organisatie dit dit 'ad hoc' doet.

Goed nieuws voor iedereen die deelnam aan de Ondernemenderwijs masterclasses!

Toon minder...